“Hetzelfde heil” is niet hetzelfde als “alles bleef hetzelfde”.

Brakel houdt die twee zinnen tegelijk vast. Dat is nodig, omdat zijn nadruk op één genadeverbond anders gemakkelijk kan klinken alsof de komst van Christus nauwelijks iets verandert.

Een werkelijk nieuwe bedeling

Brakel erkent dat gelovigen in het Nieuwe Testament grotere helderheid en vrijheid ontvangen. De Messias is niet langer alleen beloofd maar gekomen. De schaduwen hebben hun doel bereikt. Het Evangelie gaat in bredere openheid naar de volken. De bediening van de Geest verschijnt met een nieuwe rijkdom.

Daarom kan hij teksten over oud en nieuw, letter en Geest, dienstbaarheid en kindschap serieus nemen zonder daaruit twee verschillende heilsgronden af te leiden.

“Trap” als sleutelwoord

Wanneer Brakel Galaten 4 bespreekt, wijst hij erop dat de tegenstelling tussen Joden en heidenen en tussen verschillende heilshistorische fasen zorgvuldig uit elkaar gehouden moet worden. Heidenen die vroeger afgoden dienden krijgen nu eveneens de goederen van het genadeverbond. Dat is uitbreiding, geen bewijs dat gelovige Israëlieten vroeger geen kindschap kenden.

Jeremia 31

Het nieuwe verbond van Jeremia 31 blijft een belangrijke toets. De tekst zegt werkelijk “niet zoals het verbond” bij de uittocht, en spreekt over Torah in het hart, kennis van God en vergeving. Brakels model vraagt daarom dat verschil als bedieningsverschil te verklaren zonder de continuïteit van de genadebelofte te verliezen.

Hier moeten we Brakel niet sneller harmoniseren dan hij zelf doet. Zijn systeem geeft een antwoord, maar de Schrift moet beoordelen of dat antwoord alle woorden van Jeremia en Hebreeën voldoende draagt.

Vervulling zonder verachting

Een vruchtbare consequentie van Brakels benadering is dat hij het oude niet hoeft te vernederen om het nieuwe groot te maken. De meerdere heerlijkheid van de vervulling veronderstelt juist dat de voorafgaande bediening werkelijk van God kwam.

Schrift boven Brakel: de vraag is niet of wij een mooi systeem kunnen bouwen, maar of continuïteit én nieuwheid elk hun volle bijbelse gewicht behouden.

Nu komen de volken nadrukkelijk in beeld

Vanuit deze overgang komen we bij de kerk van het Nieuwe Testament. Brakel spreekt over Joden en heidenen die samen één kerk vormen. Maar betekent die eenheid dat Israël als Joodse natie geen afzonderlijke toekomst meer heeft? Hij zal zelf later zeggen van niet.