Brakel weigert van oudtestamentische gelovigen tweederangs kinderen van God te maken.

Zijn woorden in hoofdstuk 5 zijn opvallend sterk: dezelfde Geest, hetzelfde geloof, dezelfde rechtvaardiging en vergeving, dezelfde vrede en hetzelfde kindschap — al erkent hij verschillen in mate en helderheid.

De vraag naar werkelijke verzoening

De kernvraag luidt of gelovigen vóór Christus’ komst werkelijk met God verzoend en gerechtvaardigd waren, of slechts in een voorlopige, nog onverzoende toestand leefden. Brakel kiest zonder voorbehoud voor het eerste.

Hij kan dat zeggen omdat hoofdstuk 4 reeds de grond heeft gelegd: Christus is dezelfde Borg. De gelovige rust dus niet in het dieroffer als zelfstandige betaling, maar in de werkelijkheid waarop het offer wijst.

David als getuige

Paulus gebruikt in Romeinen 4 Psalm 32 om de zaligheid van de mens te beschrijven aan wie God gerechtigheid toerekent zonder werken. David is daarmee voor Brakel geen bewijs van een ander oudtestamentisch rechtvaardigingsmodel, maar juist getuige van dezelfde genade.

De Geest vóór Pinksteren

Brakel kent uiteraard het unieke heilshistorische karakter van Pinksteren. Toch concludeert hij daaruit niet dat de Heilige Geest vóór die tijd geen wedergeboorte, geloof en heiliging werkte. Hij onderscheidt grotere uitstorting en helderheid van het volledig ontbreken van de Geest.

Ook hier is zijn favoriete categorie “trap” belangrijk. De nieuwe bedeling is rijker in openbaring en bediening, maar niet omdat de oude gelovigen een ander soort vergeving of kindschap ontvingen.

Israël en geloof

Deze stelling bewaart twee gegevens tegelijk. De geschiedenis van Israël bevat werkelijk ongeloof en oordeel. Maar het Oude Testament zelf bevat tegelijk gelovigen die God kennen, op Zijn beloften hopen en in Zijn genade leven. Brakel wil geen systeem dat de tweede werkelijkheid onzichtbaar maakt.

Toetsvraag: wanneer Hebreeën 11 één lange rij geloofsgetuigen uit Israëls Schrift tekent, wat zegt dat over de gedachte dat de oude bedeling principieel een weg van verdienste was?

Toch zijn oud en nieuw niet identiek

De volgende aflevering bewaakt de andere kant. Brakel zegt niet dat er niets veranderde. Hij spreekt juist over een groot verschil in licht, geloofshelderheid, vertroosting en bediening. Het verschil ligt volgens hem in de trap, niet in het wezen van het heil.