Brakel bouwt zijn verwachting van Israëls bekering niet op één tekst alleen.

Na Romeinen 11 trekt hij een hele rij Schriftplaatsen langs. Daarmee wil hij laten zien dat dezelfde beweging vanuit verschillende kanten zichtbaar wordt.

2 Korinthe 3: de bedekking wordt weggenomen

Paulus spreekt over een bedekking bij het lezen van Mozes en zegt dat wanneer men zich tot de Heere bekeert, de bedekking wordt weggenomen. Brakel leest dit niet uitsluitend als beschrijving van losse individuele bekeringen, maar als tekst die past binnen een toekomstige brede omkeer.

Yeshua over Jeruzalem

Mattheüs 23 eindigt met oordeel én een toekomstgericht “totdat gij zult zeggen: Gezegend Hij Die komt in de Naam des Heeren.” Lukas 21 spreekt over tijden van de heidenen. Brakel hoort daarin dat de huidige toestand een grens en een toekomst heeft.

We moeten hier zorgvuldig blijven. De teksten hebben elk hun eigen context. Brakel leest ze canoniek samen; dat is een theologische gevolgtrekking, niet hetzelfde als zeggen dat iedere tekst geïsoleerd exact dezelfde gebeurtenis beschrijft.

Jesaja, Jeremia en Hosea

Jesaja 61 verbindt herstel, gerechtigheid en herkenning onder de volken. Jeremia 31 bevat het nieuwe verbond met huis Israël en huis Juda en gebruikt daarnaast kosmische taal om Gods blijvende betrekking tot Israël te benadrukken. Hosea 3 tekent een lange tijd van ontbering gevolgd door terugkeer en zoeken van de HEERE en David hun koning.

Voor Brakel vormen zulke teksten een patroon: oordeel is werkelijk, verstrooiing is werkelijk, maar het oordeel wordt niet tot het laatste woord over de natie verheven.

De Messias blijft centraal

Brakels verwachting is geen terugkeer tot een religieuze status quo zonder Christus. In al zijn bewijsvoering bedoelt “bekering” dat Israël Jezus als de beloofde Messias erkent. Daarmee blijft zijn christologische grond uit hoofdstuk 4 bepalend.

Redactionele grens: wij hoeven Brakels harmonisatie van al deze teksten niet vooraf goed te keuren om zijn methode eerlijk te begrijpen. Eerst zien we welke teksten hij gebruikt en waarom; daarna toetsen we per tekst of de context zijn lezing draagt.

Van bekering naar land

Na paragraaf 31 maakt Brakel een opvallende volgende stap. Hij vraagt niet alleen of Israël geestelijk zal terugkeren, maar ook of de Joodse natie opnieuw in het land zal wonen. Zijn antwoord is opnieuw: ja.