Wij kunnen de ceremoniële wetten zo sterk met “schaduw” verbinden dat schaduw bijna “minderwaardig” gaat betekenen.

Brakel doet dat niet.

Geen strafmaatregel

In hoofdstuk 3 bestrijdt Brakel de gedachte dat de ceremoniële dienst hoofdzakelijk als straf of zware last na Israëls zonde met het gouden kalf werd ingesteld. Hij noemt de voorrechten van Israël juist groot en verwijst naar Paulus’ woorden dat aan hen Gods woorden, verbonden, wetgeving, eredienst en beloften waren toevertrouwd.

Voor Brakel is de kern dat deze ceremoniën de komende Messias afbeelden. Wie alleen het uiterlijke ritueel ziet, mist daarom volgens hem hun evangelische functie.

Schaduw betekent gerichtheid

Hebreeën spreekt over schaduwen en voorbeelden. Brakel leest dat niet als bewijs dat God Israël een nutteloos systeem gaf, maar als aanwijzing dat de vorm vooruitwijst naar een komende werkelijkheid. Het tijdelijke karakter volgt uit vervulling, niet uit waardeloosheid.

Daarmee ontstaat een belangrijke nuance. De komst van Christus betekent voor Brakel dat de ceremoniële bediening haar oude functie niet blijft uitoefenen alsof de Messias nog komen moet. Maar het feit dat de vorm voorbijgaat, maakt Gods eerdere gave niet achteraf slecht.

Israëls voorrecht

Romeinen 9 noemt de eredienst naast de verbonden en beloften. Dat ondersteunt Brakels waarderende taal. Israël werd niet alleen een reeks verboden opgelegd; het ontving een liturgische wereld waarin heiligheid, verzoening, reiniging, priesterschap en nabijheid zichtbaar werden onderwezen.

Waar Brakel ons corrigeert

Dit snijdt twee kanten op. Wie de oude bediening gebruikt als zelfstandige weg naast Christus, verlaat volgens Brakel haar eigen Messiaanse richting. Maar wie haar veracht als donkere religie tegenover een genadig Nieuwe Testament, begrijpt volgens hem evenmin waarvoor God haar gaf.

Redactionele observatie: vervulling is bij Brakel geen ontkenning van de eerdere gave. De schaduw ontvangt juist haar betekenis uit het lichaam waarop zij vooruitwijst.

De vraag achter de schaduwen

Maar hoe konden gelovigen vóór het kruis werkelijk delen in vergeving als de voldoening historisch nog niet was volbracht? Brakel wijdt daar een heel hoofdstuk aan. Zijn antwoord rust op Christus als Borg.