Brakel maakt onderscheid binnen Israël, maar hij maakt van dat onderscheid geen tweede heilsverbond.
Dat is de kern van zijn antwoord op de gedachte dat Sinaï naast het genadeverbond een apart uiterlijk, nationaal en voorbeeldig verbond zou vormen.
Waarom die gedachte aantrekkelijk is
De Sinaïtische bediening is opvallend lichamelijk en nationaal: een concreet volk, landbeloften, bloed, offers, priesters, tabernakel, burgerlijke wetten en zichtbare tekenen. Bovendien blijkt uit de geschiedenis dat velen ongelovig zijn. Het ligt daarom voor de hand om te vragen of al deze uiterlijke elementen samen een afzonderlijk verbond vormden.
Brakel antwoordt: nee. De uitwendige vormen zijn volgens hem verbonden met de geestelijke werkelijkheid waarnaar zij wijzen. De ceremoniële dienst ziet op Christus; de beloften bevatten niet alleen lichamelijke goederen maar ook de geestelijke goederen van het genadeverbond.
Uiterlijke betrekking is wel werkelijk
Toch ontkent Brakel de zichtbare verbondsrelatie niet. Geheel Israël treedt uitwendig in het verbond. Daarom kan de Schrift het volk ook trouweloos tegenover het verbond noemen. Maar Brakel maakt vervolgens een onderscheid: velen doen dit alleen met de mond; waar geloof, kennis en liefde ontbreken, is er geen zaligmakende inwoning in het genadeverbond.
Dit is een lastig onderdeel van zijn systeem. Enerzijds spreekt hij over een werkelijke uiterlijke betrekking van het volk tot God. Anderzijds reserveert hij het volle deelhebben aan het genadeverbond voor gelovigen. Die spanning moeten we niet gladstrijken.
Waarom geen tweede verbond?
Omdat Brakel de zichtbare bediening niet losmaakt van haar Messiaanse doel. Mozes is voor hem niet een tweede heilsbemiddelaar naast Christus. De offers, reinigingen en heiligdomsdienst krijgen juist betekenis doordat zij op de komende Messias zien.
Daarom kan hij zeggen dat een louter uiterlijke beschrijving van Sinaï onvoldoende is. Ook het Nieuwe Testament kent immers uiterlijke prediking, water, brood en wijn, lichamelijke belijdenis en concrete gemeenschap. Uiterlijkheid op zichzelf bewijst nog geen ander heilsverbond.
Nu komt de wet
Na het verbond volgt in Exodus 20 de wet. Brakel dringt erop aan die volgorde niet om te keren. Het volgende artikel gaat daarom over een van zijn meest opvallende formuleringen: de wet is “een regel voor de bondgenoten”.