Wie was Israël volgens Wilhelmus à Brakel? Welk verbond sloot God met Abraham? Wat gebeurde er werkelijk bij de Sinaï? Was daar sprake van een nieuw verbond, of van de voortzetting van iets wat al bestond? Wat veranderde er met de komst van Christus? En misschien nog belangrijker: is God volgens Brakel klaar met het Joodse volk?

De komende tijd wil ik daar stap voor stap naar kijken.

Niet door eerst een modern theologisch systeem over Brakel heen te leggen, maar door hem zoveel mogelijk zelf aan het woord te laten.

Dat lijkt mij belangrijk. Brakel wordt nog altijd veel gelezen en aangehaald, maar soms kennen we bepaalde conclusies beter dan zijn eigen argumentatie. En juist wanneer we zijn werk werkelijk openen, komen we uitspraken tegen die verrassend actueel zijn in het gesprek over Israël, de kerk, de Torah en de verbonden.

Brakel schrijft bijvoorbeeld dat het verbond bij de Sinaï geen nieuw werkverbond was. Volgens hem was het hetzelfde genadeverbond dat God eerder met Abraham had opgericht.

“Zo is dan het verbond en de beloften en de weldadigheid, dat God met Israël opgericht heeft, datzelfde en geen ander, ’t welk God met Abraham gemaakt heeft, en alzo het genadeverbond zelf.”

Bron: Wilhelmus à Brakel, De Redelijke Godsdienst, deel III, hoofdstuk 2.

Maar daar stopt het niet.

Want dezelfde Brakel die nadrukkelijk spreekt over één genadeverbond, schrijft later ook uitvoerig over de vraag of de Joodse natie voor altijd verworpen is.

Zijn antwoord is duidelijk: nee.

In deel III wijdt hij een lange reeks paragrafen aan de toekomstige bekering van de Joodse natie, Romeinen 11, 2 Korinthe 3, Jeremia 31, Hosea 3, de terugkeer van de Joden naar hun vaderland, Deuteronomium 30, Amos 9, Ezechiël 37, Jesaja 62 en Zacharia 2.

Bron: De Redelijke Godsdienst, deel III, hoofdstuk 6, §§11–39.

Hoe hangen deze dingen bij Brakel samen?

Daarmee ontstaat een interessante combinatie:

Eén genadeverbond.
Eén kerk.
Een bijzondere plaats van Israël.
Een toekomstige bekering van de Joodse natie.
En zelfs een verwachting van terugkeer naar het land.

Misschien passen sommige etiketten die wij vandaag gemakkelijk gebruiken daarom minder goed bij Brakel dan we denken.

In deze serie wil ik daarom niets vooraf dichttimmeren.

We gaan zijn redenering volgen.

We beginnen bij het begin:

▶ Wat is volgens Brakel het genadeverbond?
▶ Wanneer begon dat verbond?
▶ Wat was de plaats van Abraham daarin?
▶ Wat gebeurde er bij Horeb?
▶ Welke plaats had de wet binnen het verbond?
▶ Wat bedoelt Brakel met het Oude en het Nieuwe Testament?
▶ Wie noemt hij Israël?
▶ Wie noemt hij de kerk?
▶ Hoe leest hij Romeinen 9–11?
▶ En welke toekomst verwacht hij voor het Joodse volk?

Bij iedere aflevering wil ik zoveel mogelijk de exacte vindplaats in De Redelijke Godsdienst vermelden, zodat iedereen Brakel zelf kan nalezen.

En daarna moeten we nog een tweede vraag stellen:

Niet alleen: wat zegt Brakel?
Maar ook: klopt zijn uitleg met de Schrift?

Want Brakel is niet onze laatste autoriteit.

Dat is het Woord van God.

De volgende stap in deze serie is daarom de vraag waarom Brakel vandaag nog steeds zo actueel is. Daarna beginnen we bij een uitspraak die voor de rest van de serie beslissend blijkt te zijn:

“Daar is maar één verbond, namelijk het verbond der genade.”

Wat bedoelt Brakel daarmee — en waar begint dat verbond volgens hem?