Er zijn jaren voorbijgegaan. Abram is negenennegentig wanneer de HEERE opnieuw aan hem verschijnt. God maakt Zich bekend als de Almachtige en zegt: „Wandel voor Mijn aangezicht, en zijt oprecht” (Genesis 17:1). De week begon met een opdracht om te gaan, naar een land dat God zou wijzen. Nu gaat het niet alleen om de weg naar een plaats, maar om een leven voor Gods aangezicht.
God herhaalt zijn verbond en spreekt opnieuw over wat Hij zal doen. Abram zal de vader van vele volken zijn. Zijn naam wordt Abraham; Sarai zal Sara heten. Die naamsverandering is des te opmerkelijker naast Babel, waar mensen zichzelf een naam wilden maken (Genesis 11:4). Abraham ontvangt zijn nieuwe naam uit Gods mond. Maar de nieuwe naam betekent niet dat de vervulling al in zijn handen ligt.
God spreekt ook over een zoon die Sara zal baren: Isaak. En wanneer Abraham om Ismaël vraagt, wordt ook die zoon niet vergeten. God belooft hem te zegenen en tot een groot volk te maken, terwijl Hij het verbond dat hier wordt aangekondigd uitdrukkelijk met Isaak zal oprichten (Genesis 17:19–21). De Schrift zelf houdt beide uitspraken naast elkaar.
Het verbond krijgt bovendien een zichtbaar teken in het vlees: de besnijdenis. Genesis beschrijft niet alleen wat Abraham ontvangt, maar ook hoe hij antwoordt. Nog op diezelfde dag voert hij uit wat God hem heeft opgedragen. Het antwoord van gehoorzaamheid is werkelijk belangrijk. Het komt alleen niet vóór Gods eerste spreken en beloven.
Later spreekt Deuteronomium 30:6 over een besnijdenis van het hart die de HEERE Zelf zal doen, opdat zijn volk Hem liefheeft. Dat is een verdere Schriftverbinding, geen reden om het concrete verbondsteken uit Genesis 17 onzichtbaar te maken. En wanneer Openbaring 2:17 over een nieuwe naam spreekt, klinkt opnieuw mee dat identiteit ontvangen kan worden. Het zijn verwante beelden, niet één en dezelfde gebeurtenis.
Ik lees deze laatste lezing daarom als een oproep om niet bij het begin van de weg te blijven staan. Gods woord roept Abram weg, draagt hem onderweg en vraagt uiteindelijk om een levenswandel voor Zijn aangezicht. Het geloof blijft niet zonder antwoord. Maar ons antwoord mag rusten op de trouw van Hem Die het eerst gesproken heeft.