Parasja Bereshit · Thora: Genesis 1:1–6:8

Het Woord dat licht en orde brengt

God spreekt en er komt licht, orde en leven. Zonde breekt af wat God goed heeft gemaakt. Dat zien we bij Kaïn, die zijn broer als een bedreiging gaat zien. Bij Jonatan zien we het tegenovergestelde: hij weet dat wat hij heeft van God komt en daarom kan hij geven in plaats van grijpen. Ook wij kunnen de zonde niet alleen uit eigen kracht overwinnen. We hebben Gods Geest en Zijn Woord nodig. En zelfs als hemel en aarde voorbijgaan, blijven Zijn woorden bestaan.

Manasse en het lichtknopje

Bij de parasja van deze week moest ik denken aan hoe ik met mijn jongste zoon, Manasse, de scheppingsdagen probeerde uit te leggen. We deden er vaak kleine dingen bij om duidelijk te maken wat bij welke dag hoorde: knutselen, samen kijken naar dieren, vogels en bomen, en water en zand mengen om te zien hoe ze zich weer van elkaar scheiden. Dan zie je iets terug van wat in Genesis steeds gebeurt: God brengt orde aan en maakt duidelijk onderscheid.

Op een gegeven moment deden we een spelletje. We gingen in een kamer staan die we helemaal donker konden maken. Dan mocht Manasse het licht aandoen. Hij vond het zo mooi dat we het, denk ik, wel honderd keer hebben gedaan. Elke keer opnieuw stonden we erbij stil dat God het licht maakte. Voor een kind dat bang is in het donker is dat iets groots: er kán licht zijn. En eerlijk gezegd ben ik dat nooit ontgroeid. Als je de zon ziet opkomen en het licht langzaam doorbreekt, blijft dat bijzonder. Zelfs een klein lichtje is in het donker al van ver te zien. „Er zij licht” is geen klein begin.

In het begin sprak God

Zo begint alles: met Gods stem. Niet met een strijd, maar met woorden: „In den beginne schiep God de hemel en de aarde.” Daarna staat er: „En God zei: Er zij licht. En er was licht.” God spreekt en het gebeurt. Vervolgens brengt Hij orde aan. Hij maakt onderscheid tussen licht en donker, tussen water en land, en tussen boven en beneden. Zo ontstaat ruimte waarin leven kan groeien. En let op: in Genesis 1 is het steeds God die ziet dat het goed is. Hij bepaalt wat goed is.

De Geest boven het water

Voordat die orde er is, staat er dat de aarde woest en leeg was en dat Gods Geest over het water zweefde. Die leegte is nog niet het kwaad. Er is eenvoudig nog geen vorm en geen leven zoals later in het hoofdstuk. Dan spreekt God. Er komt licht, er komt orde en er komt leven. Dat is belangrijk om vast te houden: de leegte vult zichzelf niet. God brengt leven door Zijn Geest en door Zijn Woord.

Als zonde afbreekt wat God heeft gemaakt

Later gebruiken de profeten dezelfde beelden om te laten zien wat zonde doet. Jeremia ziet een land dat weer woest en leeg is geworden. Het licht is verdwenen en het land is verwoest. Jesaja gebruikt een vergelijkbaar beeld. De boodschap is eenvoudig: zonde bouwt niet op, maar breekt af. God maakt ruimte voor leven; zonde maakt kapot wat goed was.

Toch is er een belangrijk verschil. De leegte aan het begin van Genesis is het begin van Gods scheppingswerk. De leegte die door zonde ontstaat, komt doordat iets wat goed was kapotgemaakt wordt. Het eerste wacht op Gods woord; het tweede laat zien wat er gebeurt wanneer wij ons van God losmaken.

Twee vragen

Dan komt de slang. Hij maakt Gods woorden verdacht: „Heeft God werkelijk gezegd...?” Alsof God iets goeds zou achterhouden. Daarna ziet de vrouw zelf dat de boom goed is en neemt zij ervan. In Genesis 1 was het God die zei wat goed was; nu wil de mens zelf bepalen wat goed is, los van Hem. Daar begint de breuk.

Dat hoor je terug in twee vragen. Tegen Adam vraagt God: „Waar bent u?” De verhouding met God is verbroken. Tegen Kaïn vraagt Hij later: „Waar is uw broer?” Ook de verhouding met de naaste is verbroken. Die twee vragen horen bij elkaar: hoe staan wij tegenover God, en hoe gaan wij om met onze broer of zuster?

De zonde ligt aan de deur

Bij Kaïn wordt zichtbaar waar dit toe kan leiden. God waarschuwt hem dat de zonde als het ware bij de deur ligt te wachten en hem wil beheersen. Maar Kaïn moet er juist tegenin gaan. Dat doet hij niet. Zijn boosheid en afgunst krijgen de overhand en hij doodt Abel.

De Hebreeuwse tekst vertelt niet wat Kaïn precies tegen Abel zei voordat ze het veld in gingen. Oude vertalingen hebben hier de woorden: „Laten wij het veld ingaan.” Wat er precies gezegd is, weten we dus niet zeker. Maar wat volgt is duidelijk: Kaïn neemt zijn broer mee en doodt hem. Daarna roept het bloed van Abel vanaf de aarde tot God. God ziet en hoort wat met de onschuldige gebeurt.

Uit eigen kracht lukt het niet

De opdracht aan Kaïn is duidelijk: laat de zonde niet over je heersen. Maar juist hier zien we ook hoe zwak een mens kan worden wanneer hij zich van God verwijdert. Kaïn ziet Abel niet meer als broer, maar als bedreiging. Zijn boosheid groeit, totdat hij de ander uit de weg wil ruimen.

Dat gevaar kennen wij ook. Wanneer we alles zelf willen vasthouden, kunnen we bang worden dat een ander onze plaats inneemt. Dan komen jaloezie, boosheid en controle gemakkelijk naar binnen. Alleen harder ons best doen is dan niet genoeg. We hebben God nodig.

God wil opnieuw leven geven

Daarom is het zo belangrijk dat Genesis begint met Gods Geest boven het water. God kan leven brengen waar wij alleen leegte zien. Zo is het ook met ons hart. We hoeven niet te doen alsof we de zonde uit eigen kracht kunnen overwinnen. We mogen ons naar God keren en Hem vragen ons te vernieuwen.

Paulus noemt dat een nieuwe schepping. God maakt nieuw wat door de zonde kapot is gegaan. Hij leert ons opnieuw grenzen te respecteren, Hij maakt ons hart zacht en Hij leert ons de ander weer als broer of zuster te zien in plaats van als concurrent.

De HEERE heeft gegeven

Daarom past de haftara zo mooi bij deze parasja. De naam Jonatan betekent: „de HEERE heeft gegeven.” Jonatan was de zoon van Saul en had menselijk gezien veel te verliezen toen David naar voren kwam. David kon voor hem een bedreiging zijn. Toch kiest Jonatan niet voor jaloezie of geweld. Hij beschermt David en blijft hem trouw, zelfs wanneer dat hem zijn eigen toekomst als koning kan kosten.

Dat is het tegenovergestelde van Kaïn. Kaïn grijpt vast en ziet zijn broer als bedreiging. Jonatan kan loslaten, omdat hij weet dat leven, roeping en macht uiteindelijk van God komen. Wie weet dat God de Gever is, hoeft een ander niet klein te maken om zelf te kunnen bestaan. Aan Sauls tafel blijft een plaats leeg, maar tussen Jonatan en David blijft het verbond bestaan.

Het Woord brengt duidelijkheid

Hoe komen we van grijpen naar ontvangen? Het begint ermee dat we luisteren naar Gods Woord. In Hebreeën staat dat Gods Woord scherp is en onderscheid maakt. Dat past mooi bij Genesis 1, waar God steeds onderscheid maakt: licht en donker, water en land, boven en beneden.

Wij hebben die duidelijkheid ook nodig. We horen elke dag veel stemmen, meningen en nieuws. Soms weten we niet meer wat waar is. Daarom moeten we steeds terug naar de Schrift. Niet naar één losse tekst, maar naar het geheel. Yeshua zegt dat we moeten bouwen op de rots en niet op het zand. Zand bestaat uit losse korrels en spoelt gemakkelijk weg. Een rots blijft staan. Zo hebben wij samenhang nodig in wat we geloven, zodat we niet bij elke nieuwe stem worden meegesleept.

Als de lichten doven

In het evangelie spreekt Yeshua over een dag waarop de zon verduisterd wordt, de maan haar licht niet geeft en de sterren van de hemel vallen. De lichten die God in Genesis aan de hemel plaatste, doven. Het is alsof de orde van de schepping wordt teruggedraaid.

Maar midden daarin zegt Yeshua iets heel belangrijks: „De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen niet voorbijgaan.” Dat verbindt het begin van Genesis met het evangelie. In het begin spreekt God en ontstaat de wereld. Aan het einde kan hemel en aarde voorbijgaan, maar Gods Woord blijft.

We hoeven niet alles te beheersen

Yeshua zegt ook dat niemand de dag of het uur kent, alleen de Vader. Ook dat is belangrijk. Wij hoeven niet alles te weten en niet alles onder controle te hebben. Net als in de hof is er een grens. Wij blijven schepselen en God blijft God. We hoeven de toekomst niet vast te grijpen. We mogen haar uit Zijn hand ontvangen.

Slot

Zo loopt deze parasja van het eerste licht naar de vraag waarop wij ons leven bouwen. God sprak en er was licht. De mens wilde zelf bepalen wat goed was en de zonde bracht breuk en dood. Maar God liet de mens niet los. Noach vond genade in Zijn ogen.

Sta daarom vanavond nog eens stil bij dat eenvoudige beeld van Manasse en het lichtknopje. In het donker kan er licht komen, omdat God spreekt. Dat geldt ook voor ons. Waar wij geen uitweg zien, kan God nieuw leven geven. Blijf daarom dicht bij Hem, luister naar Zijn Woord en vertrouw niet op wat wij zelf kunnen vasthouden. Hemel en aarde gaan voorbij, maar Zijn woorden blijven.